zeebonk?
By Anneke & Chris on Feb 4, 2009 in Logboek Australie
Een vriend vroeg in zijn email of ik na een jaar van avontuur een echte zeebonk ben geworden. Tja, het zeeleven bevalt me. Het is echter niet een gemakkelijk bestaan. De dagen op zee hebben een heel ander gezicht dan ankeren in lagoons, havens en inhammen. Schetsjes op de site geven een romantisch beeld. Het zeeleven is avontuurlijk. Op zee ben je altijd alert. Ookal ziet alles er heel rustig uit, er kan altijd onverwacht iets gebeuren. (Ik heb het meegemaakt op de boot SunRa, met Willy en Ria, we voeren van Niuatoputapu naar de Vavau dat de wind ‘s nachts ineens naar 40- 45 knopen ging, heel plotseling, en daarna 11 uur lang schommelde tussen de 40 en 52 knopen. Pfffjoei).
De wolken zijn vaak de eerste boodschappers: grote hoge of kleine groepjes of slierten witte wolken, makrelen, grijze of donkere dreigende wolken die met grote snelheid overgaan, of een grauw dicht dek zonder een stukje blauw alsof de zon helemaal niet bestaat, en de wolkeloze strakblauwe hemel niet te vergeten. Allemaal duidt het op het weer dat zo belangrijk is tijdens het varen. De hele dag zie je de luchten in alle vormen. Maar dat is natuurlijk niet de enige bron van informatie.
Al dagen voor vertrek haal ik het maximale weerbericht binnen (via internet), zo’n 10 dagen vooruit. Deze Gribfiles zijn een begrip voor zeilers. Ze geven info over de richting en snelheid van de wind maar ook de golfhoogtes en de isobaren die de hoge en lage druk gebieden aangeven. Ik kan deze gribs verplaatsen naar de zeekaart op de laptop, die we voor de navigatie gebruiken, zodat we goed kunnen zien wat voor weer we kunnen verwachten op de route die we gaan. Onderweg haal ik om de andere dag via sailmail de gribfiles voor de komende twee dagen op. Zo hangen de windveren letterlijk boven onze boot. Chris en ik bestuderen ze nauwkeurig en proberen de wijzigingen te interpreteren. We hebben gemerkt dat gribfiles redelijk betrouwbaar zijn. Soms echter lopen ze een paar dagen voor of achter en krijgen we niet de wind die voorzien was. Zoals op de tocht van Noumea naar Bundaberg. De windstilte leek met ons mee te varen, zich in het zelfde tempo te verplaatsen. En wij maar kijken op de kaart, wanneer krijgen we die 20 knopen tradewind???? Toen het eindelijk begon te waaien, was het in een andere richting dan voorspeld. Recht op de neus en 25 knopen, dat is stevig varen met een behoorlijke helling, dus niet zo comfortabel. Want met de veranderingen van de wind verandert natuurlijk ook het gedrag de golven.
Golven zijn van grote invloed op het gedrag van de boot en of het prettig varen is of niet. Soms is er weinig wind, en is de zee nog erg onrustig (nog van eerdere wind) met golven die vanuit verschillende richtingen aan komen rollen. Je kan je voorstellen dat het schip in al die verschillende bewegingen meerolt. Als je gewoon kan blijven zitten is dat wel te doen, al kan ik het niet prettig noemen. Maar als je naar de wc moet of gribfiles binnen moet halen of eten klaar moet maken is het wat lastiger. Voordat je welke beweging dan ook maakt, grijp je een handgreep stevig vast. Ok, dan kan je staan en langzaam maar zeker van handgreep naar handgreep stapjes zetten. Toch moet je ook blijven opletten dat je niet ergens tegenaan stoot. Soms wordt je onverwacht ‘gelanceerd’. Je moet je bij iedere beweging die je maakt dus schrap zetten. Naar de wc gaan is op zo’n beweeglijke zee een hele toer, daarom gaan we maar gewoon op de emmer in de kuip, dat scheelt een hoop inspanning.
En tijdens het koken heb je eigenlijk vier handen nodig, want je kan niks wegzetten zonder dat het heen en weer schuift. Ik maak nog wel eens een foutje (zet een koffiepot op het aanrecht die dan even later met drab en al door de boot vliegt), een ‘beginnersfoutje’ zeg ik dan maar. Schoonmaken van die troep is ook heel lastig, dus haal ik alleen het ergste vuil weg en laat de rest maar zitten voor de ankerplek of haven. Ik denk dat zeilers als kind enorm genoten hebben van de kermis, zo’n aldoor bewegende rups waar je over moet lopen (hebben ze die nog tegenwoordig?), van die attracties waar je heen en weer geschut wordt.
Als er een constante stevige wind is met een onrustige zee krijgt de boot toch een zeker voorspelbaar gedrag. Soms is er een stevige helling, maar soms ook snijdt ze zo mooi door de golven dat je merkt dat de koers die je vaart haar bevalt. Je glijdt dan met 6 tot 7 kn0pen door het water, legt zo’n 160 mijl per dag af en dat schiet lekker op. Maar meestal hebben we een gemiddelde van 135 tot 140 mijl per dag.
Als het erg lang te onprettig is besluit Chris weleens om van koers te veranderen en maar een poosje van de rumplijn af te wijken. Dat is de ideale koerslijn die van te voren op de kaart is uitgezet via het invoeren van way points (coordinaten). Deze koers is op de GPS te zien en daar kijk je naar of je nog op de juiste route zit. Wel makkelijk hoor. De windvaanstuurinrichting stuurt het schip. Deze houdt altijd een vaste hoek aan met de wiind, dus als de wind verandert moet je ook de windvaan corrigeren. Dat kan je ook allemaal op de GPS aflezen tijdens het varen. Ik vind het nog steeds best wel spannend om ‘s avonds en ‘s nachts naar buiten te gaan om helemaal achter op het schip de windvaan een beetje stuurboord of bakboord te geven. Je kan je in de donkerte niet goed orienteren. Het is niet altijd gemakkelijk om hem weer op koers te krijgen, want soms moet je de zeilen ook veranderen; slacken of juist aantrekken. Dat kan ik nog niet goed beoordelen, dus doet Chris dat altijd. Ik probeer hem niet te storen in zijn slaap, maar soms kan het niet anders. Dan is de wind bijvoorbeeld helemaal gedraaid en moeten we overstag. Ik kan dat (nog) niet alleen.
Als het hard waait, moeten we de zeilen reven. Meestal ga ik naar voren (ook ‘s nachts). Ik doe mijn reddingsvest aan, haak me vast aan de lifeline, en loop gebukt en me goed vasthoudend naar voren tot aan de mast. Ik vind het fijn om daar te werken met het grote zeil. De genua, een rolfok, kan je vanuit de kuip bedienen en bij rustig weer kan ik dat alleen. Maar het grootzeil reven moet je altijd samen doen. Chris stuurt de boot zoveel mogelijk in de wind en ik laat het zeil iets vallen en span daarna de reeflijnen aan. Of als het helemaal weg moet, bind ik het op de giek. De wind suist daar om je oren, de golven schuimen je soms nat. Maar ik sta er stevig en kan me goed op het werk concentreren. Je moet goed samenwerken en het juiste moment nemen om je actie uit te voeren. Als je te vroeg of te laat bent loopt het zeil vast, of komt het tussen de lazyjacks. (Wie ooit de naam lazy-jack heeft bedacht heeft er vast nog niet mee gewerkt, want wat een gedoe soms).
En dan nog het wachtlopen. We gaan drie uur op en drie uur af. Wisselen elkaar af, dag en nacht. Heel vaak ben je dus alleen tijdens een meerdaagse tocht. Overdag ga ik niet altijd slapen, want ik moet ook de weerberichten verzorgen, kletsen met de mensen van het netje via de SSB, en er moet ook eten gemaakt worden. Chris is de kapitein, die het overzicht heeft en de strategie bepaalt. Hij beslist bijvoorbeeld over de zeilvoering (weet ik te weinig van nog, hoop het nog wel te leren), de wijzigingen in de voorgenomen route etc.
Vaak zit ik buiten in de kuip, maar als de zon te warm is, of de zee te onrustig of het regent, dan zit ik binnen aan de eethoek. Lees wat en ga iedere twee mijl naar buiten, kijk goed zowel stuur- als bakboord, voor en achter. Kijk naar de koers (kompas en/of GPS) de snelheid etc en ga dan weer verder lezen. Op mooie nachten zijn er onvoorstelbaar mooie sterrenhemels. Daar kan je uren naar kijken. Uitkijk houden is en blijft heel belangrijk, ook op de enorm grote oceaan. Het is ons een paar maal gebeurd, dat een visserboot ons op en halve mijl passeerde, of dat Chris uit moest wijken. Het kan altijd gebeuren, dus nemen we uitkijk houden heel serieus. Je maatje moet rustig kunnen slapen!






Post a Comment